Stel, je hebt je geldzaken op orde. Stel je bent gaan investeren in “de beurs” (lees indexfondsen en/of ETF’s en obligaties). Goed bezig, je bent al lekker op weg richting financiële onafhankelijkheid! Maar je hebt wel een plan nodig. Je moet immers weten hoeveel vermogen je ongeveer nodig hebt. En hoeveel je jaarlijks “veilig” op kan nemen uit je vermogen zonder dat je door je geld heen raakt op de lange termijn. Vandaar vandaag de vraag: wat is een “safe withdrawal rate”? En, waarom is dit “veilige onttrekkingspercentage” belangrijk?

Wat is een “safe withdrawal rate”?

Korte geschiedenis

De term “safe withdrawal rate“, ook wel “veilig onttrekkingspercentage” in het Nederlands, komt voort uit werk van William Bengen. Een paar jaar later is in de Trinity studie deze nog wat verder uitgewerkt. Deze Trinity studie, uitgevoerd door drie professoren van de Trinity University in Texas in de VS, deed ook onderzoek naar verschillende pensioenpotjes met beursbeleggingen.

Voor deze Trinity studie keken ze naar een pensioen periode van 15-30 jaar. Dit deden ze op basis van het verleden (1925-1995), en bekeken voor verschillende samenstellingen en onttrekkingspercentage hoe groot de kans was dat men wel of geen vermogen overhad aan het einde van de looptijd. Hierbij speelde inflatie natuurlijk ook een grote rol.

Uit deze verschillende onderzoeken bleek dat een Safe Withdrawal Rate (SWR) van 4% “veilig” was (succesvol in meer dan 95% van de scenarios) voor een periode van 30 jaar. Bij een SWR van 3% was het zelf 100%. Nu geldt dit voor een portfolio van Amerikaanse aandelen en staatsobligaties. Hierbij waren de percentages aandelen globaal tussen 20-80% en de rest obligaties.

Overigens is het onttrekkingsbedrag gebaseerd op je start vermogen, dus vanaf het moment dat je er als eerste van bent gaat onttrekken. Het bedrag wordt wel jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie.

Wat is een "safe withdrawal rate"?
Wat is een “safe withdrawal rate”?

Updates

Het werk van Bengen en de Trinity University was al gedaan in midden en eind jaren 90. Sinds die tijd zijn er veel updates and aanvullingen geweest op deze studies. Hier is onder andere gekeken naar meer recente beurs data, langere pensioen periodes en meer.

Er is in 2010 ook onderzoek gedaan naar hoe dit per land of wereldwijd bekeken kan worden. Hieruit blijkt dat er per land nog best grote verschillen zijn in SWR percentages. In Japan lag deze toen bijvoorbeeld op minder dan 0.5%! Maar in Canada was het zelfs zo hoog als bijna 4.5%.  Voor een portfolio van Nederlandse aandelen en obligaties gold, bij 75-80% aandelen/25-20% obligaties, een SWR van ongeveer 3.36%. Je ziet, een ruime spreiding in SWR percentages.

Rendement?

Ik hoor je denken, maar de gemiddelde rendementspercentages voor veel beleggingen liggen toch veel hoger dan rond de 4%? Klopt, dit komt door een fenomeen dat “sequence-of-returns risk” genoemd wordt. De beurs stijgt namelijk niet gelijkmatig, maar stuitert alle kanten op. Je zal dus soms jaren hebben waarin je onttrekking uit je vermogen meer is dan het portfolio heeft opgeleverd. Kortom, je portfolio/vermogen wordt in zo’n jaar kleiner. Om dat effect mee te nemen in de risico analyses, kom je dus een stuk lager uit in het onttrekkingspercentage, in vergelijking met je gemiddelde portfolio rendement. Ook het effect van inflatie heeft impact of het maximale onttrekkingspercentage.

Het komt dus ook voor dat je net geluk hebt en dat je op het “juiste moment” met (vroeg) pensioen gaat. In zo’n geval zal je eindigen met een veel groter vermogen dan waarmee je begonnen bent (inclusief in acht nemen van inflatie effecten). Dus ondanks dat je jaren lang geld hebt onttrokken van je vermogen. Het probleem is dat niemand zo’n glazen bol heeft om uit te vinden wanneer de beste timing zou zijn. Kortom, je moet een statistisch percentage hebben om mee te beginnen en flexibel zijn tijdens de onttrekkingsfase.

Is een vuistregel wel genoeg?

De vuistregel van 4% SWR wordt nog steeds vaak gebruik om een globaal beeld te krijgen van hoeveel vermogen je nodig hebt tijdens je pensioen. Dit geldt zeker voor de VS waar ze (met belastingvoordeel) zelf voor hun pensioen moeten zorgen.

In Nederland hebben we een veel “beter” (lees: vaak verplicht, mits je in loondienst bent) pensioenstelsel. Ook hebben we met zijn alle recht op AOW. Hoeveel er uit deze potjes komt op de lange termijn is moeilijk in te schatten en afhankelijk van je baan/salaris, leeftijd, hoelang je gewerkt hebt, etc.

Kortom, als je met (vroeg) pensioen zou willen zou je dus eigenlijk ook moeten kijken naar een combinatie met je vermogen (en wat daar aan SWR bij zou passen op basis van je portfolio) en een inschatting van je pensioen/AOW.

Belangrijke lessen

Wat zijn nu de belangrijkste lessen uit deze (ge-updatete) studies? Hierbij een kort overzicht:

  • Zorg dat je zo laag mogelijke fees hebt voor je beleggingen. Dit levert op de lange termijn veel meer rendement op;
  • Gebruik ook alle mogelijkheden om de verschillende belastingen zo laag mogelijk te houden;
  • Je hebt een combinatie van obligaties en aandelen nodig, dit om de effecten van de “sequence-of-returns risk” (i.e. fluctuerende beurs/aandelen) goed op te kunnen vangen;
  • Her-balanceren, om de juiste verhouding obligaties/aandelen te behouden, is jaarlijks noodzakelijk. Dit doe je dus via de onttrekking en/of her-balanceren;
  • Wees flexibel in je uitgaven. Als je in de moeilijke beursjaren je uitgaven wat kan beperken (en dus minder hoeft te onttrekken) worden je risico’s om volledig door je geld heen te raken een stuk kleiner.

 

Meer weten hoe dit voor jou van toepassingen zou kunnen zijn, neem contact op via info@geenbaanmeer.nl!

Vond je de informatie handig? Deel het!
20